logotype

Koningen en Keizers

De koning is van oorsprong de belangrijkste man in het Gilde. Binnen het Gilde wordt er om de drie jaar koning geschoten en hij die het laatste stukje van de houten vogel naar beneden schiet wordt de nieuwe koning. Het schieten vindt plaats op kermis-maandag en alleen de leden die in het ledenregister zijn ingeschreven mogen meeschieten. Gildezusters zijn echter uitgesloten om deel te nemen aan het Koningschieten. Alle die meeschieten (boven de 18 jaar) moeten op de vastgestelde tijd aanwezig zijn op een boete van €1,-. Alvorens geschoten wordt, zorgt de schietcommissie dat de schutters volkomen op de hoogte zijn van de schietbepalingen. Niemand mag naar de koningsvogel schieten dan alleen met door het Gilde verstrekte materiaal. Het eerste schot wordt gelost door de oude koning en hierna het Geestelijke en Wereldlijk Gezag, gevolgd door de andere Gildebroeders. Als de koningsvogel valt dan is de koning bekend en beginnen de tamboers met roffelen van de trommen.Hierna gaan de lopertjes zo snel mogelijk naar de woning van de nieuwe koning om te verkondigen wie de nieuwe koning is geworden, dit is een hardloop wedstrijd die alleen voor de jeugdleden is.

De nieuwe koning wordt nog de zelfde avond bij hem aan huis geïnstalleerd en gehuldigd, tevens wordt er een collecte gehouden bij de toeschouwers voor de tegemoetkoming van de kosten voor de aanschaf van een zilveren schild, dat hij bij de andere schilden moet voegen. Dit gebeurt binnen drie jaar na het koningschieten. Tijdens de installatie van de nieuwe koning, wast deze in het openbaar zijn handen als teken van reinheid en betreed daarna als teken van waardigheid het vaandel. Hierna geven de vendeliers hem een vendelhulde. Dan spreekt de nieuwe koning zijn dankwoord en biedt hij het Gilde een ton bier aan.

1646

Jan Delis van Dommelen

 

1685

onbekend

Geen schild, alleen vernoeming van koningschieten, maar geen naam.

1712

Ariaen Jan Maes

Geen schild

1719

Ariaen Jan Maes

Geen schild, wel bekend wat er op stond: “Adrianus Jan Maas als coninck van de Gulde van Sinte Catarina en Barbara voor de tweede maal. Afgunst der menschenkan mijn niet schaede. Wat Godt gunt dat moet gerade. Aenslagh der mensche gerade selde. Wat godt wilt dat moet gelde. 1..9.”

17..

Willem Jan Engelen

geen schild, koning tussen 1720 en 1727 (in dat jaar is hij overleden). Op het schild stond een afbeelding met de werktuigen van een koperslager (Koperteut) met daarbij WJ.E.

1731

Willem van Asten

Geen schild

1745

Willem Gordt van Engelen

Geen schild

1750

Willem Gordt van Engelen

Geen schild; Keizer

1751

Jan van Lieshout

heeft zijn schild pas aan het einde van zijn koningschap geschonken:1753.

1753

Francis van Laarhoven

Heeft zijn schild in 1760 geschonken

1763

Francis van Laarhoven

Is vermoedelijk in 1760 voor de tweede maal koning geworden.

1764

Francis van Laarhoven

Keizer

1771

onbekend

Geen schild, wel tekst: “In de Schutterij van Sinte Catharina en Barbara als jonck gesel het schieten voegt hem wel.Al dat hij het moet laaijen met schup en, spaijen als hij maar mag schieten. Soo laat hij het hem niet verdrieten. 1771.”

1775

Adriaen Henselmans

 

1779

Bartholomeus W. van der Sanden

Geen schild. Op zijn schild stond: “Bartholomeus W. van der Sanden, Koning van het Gilde van Sint Catharina en Sint Barbara Leende 1779.”

1782

Marcelis van Laarhoven

 

1786

Philippus van Laarhoven

 

1790

Hendrik Engelen

 

1795

Wilhelmus van Laarhoven

 

1806

Jacobus Maas

Geen schild

1810

Jacobus Maas

Dubbele koning

1815

Wilhelmus van Laarhoven

 

1818

Wouter Maas

Geen schild

1823

Francis van Laarhoven

Geen schild, wel bekend wat er op stond: “Bij d’inhaling van den Heer Had ik de eer in de gilde van S.Barbara en Catriena Koning te sijn. Franciscus van Laarhoven 1825.”

1838

Hendrikus Pieveron

Waarschijnlijk koning geschoten in 1828, maar vanaf 1829 was het schieten verboden. Als men toen een schild schonk, kon men zien dat er wel geschoten werd en daarom werd het schild geschonken na de opheffing van het schietverbod.

1838

Francis Coenraad Jansen

 

1841

Francis Jansen

Dubbele koning

1844

A. Hurkmans

Geen schild, wel bekend; het schild is in 1847 door de familieleden afgegeven met de volgende de tekst: “Koning te zijn is nitz voor mij. Janszen Keizer laten schieten kon ook nit zijn. A. Hurkmans Leende 1847.”

1850

Leonardus Vlaszak

 

1855

  1. Maas

Geen schild

1858

Jan Leemans

 

1861

  1. Leemans

Dubbele koning

1864

  1. Engelen
 

1867

  1. Engelen

Dubbelen koning

1874

  1. van der Laak
 

1877

  1. van der Laak

Dubbele koning

1880

Àdrianus van der Laak

Keizer

1883

  1. Jansen
 

1889

  1. van Laarhoven

Hij is nog steeds koning in 1898, hierna werden er geen schilden meer geschonken.

1952

  1. Bekkers

Hij verkreeg de titel door benoeming en niet als resultaat van koningschieten.

1953

Ant. Van Meijl Wzn.

 

1956

Jan van Meijl Wzn.

 

1959

J.W.F. Jutten

van Eric Jutten
 

1962

  1. van Dijk Frzn.
 

1965

  1. van Meijl

Lid in 1905 en een van de heroprichters

1968

J.W.F. Jutten

 

1971

Ad. P. Vlassak

Dit schild is geschonken door Ad. van der Laak, kleinzoon van de keizer van 1880 en grootvader van deze koning

1974

Bart van Dijk Frzn.

 

1977

  1. Kees
 

1980

  1. van den Broek
 

1983

  1. van Meijl Wzn.
 

1986

J.W.F. Jutten

Koning voor de derde maal

1989

Nico de Werdt

 

1992

Tommy van Alphen

 

1995

Frans van de Gevel

 

1998

Frans Cardinaal

 

2001

Frank van Dijk Bzn.

 
2004 Erik Jutten Jzn.  

2007

Mike Heijmans

 
2010 Jan van Weert  
2013 Rob Boullart  

Het koningschieten volgens het reglement van 1627

Art. 6   De oude schutterij (Sint Jacob en Sint Anna) zal vogelschieten daags na Pinksteren. De jonge schutterij op den eersten zondag na Pinksteren. Men zal teren op dezelfden dag, dat men den vogelschiet.                                                                                  

Art. 7   De laatste koning zal een vogel opzetten.                                                                                                                                           

Art. 8   Alle schutters zullen naar den vogel schieten weinig of veel op boete van een halve ton bier voor de broeders.                                                                                                                                                                                  

Art. 9   Niemand, die niet in het gild is ingeschreven, mag naar den vogel schieten op boete van een ton bier.                                  

Art. 10 Als de vogels valt, terwijl er twee tegelijk op den vogel geschoten hebben zullen de dekens een anderen vogel opzetten.

Art. 11 De dekens zullen dezen kaart eer men schiet aan de schutters en onder den boom voorlezen op boete voor de dekens van vijftien stuivers.                                                                                                                                                                                                    

Art. 12 De koning moet naar oud gebruik iets ten beste geven aan de broeders; daarvoor zal hij met zijne koningin in den maaltijd vrij zijn.                                                                                                                                                                                                                    

Art. 13 Al die in het gild zijn, zullen op den gezetten teerdag den koning eerlijk ten maaltijd volgen en minstens één keer per dag mee teren op boete van dubbel gelag te betalen voor de dekens en redelijke panding.                                                                         

Art. 23 De koning zal den vogel een jaar lang bewaren onder behoorlijken borgtocht, of wel hem leveren in handen van de dekens om hem het volgend jaar weer onder den boom te brengen.                                                                                                                         

Art. 24 De koning zal den vogel vereeren met een zilveren schild, waarop zijn opschrift en naam moeten staan, en dat zoo groot mag zijn als hij zulks voor zijn eigen eer verlangt.                                                                                                                                         

Art. 25 Die keizer wordt, zal zijn leven lang op alle gewone teerdagen vrij zijn in het gelag, maar hij zal toch onder kaart en dekens staan.

Tot het jaar 1880 mocht je zoveel schieten als je kon tijdens het koningschieten. Het gebeurde dan ook dan mensen met meerdere geweren en helpers kwamen en zo dus meer kans hadden om koning te worden. In 1880 was dit voorbij, toen werd in een algemene vergadering vastgesteld dat ieder zijn eigen geweer moest laden en anders geen recht had op de vogel die zij zouden afschieten.

2017  Gilde st. Catharina en st. Barbara Leende